De grafische industrie was lang aangewezen op de hulp van ingewikkelde apparatuur om originelen te scannen. Namen als Hell, Dainippon, Crossfield en Scitex regeerden de markt. De systemen waren meestal als uniek en gesloten te bestempelen en konden niet of moeilijk met elkaar communiceren. Iedere fabrikant bouwde zowat zijn eigen markt. Ze waren daarnaast zeer duur en werden bediend door geschoolde specialisten op het gebied van kleurreproductie en densitometrie.

Chromagraph S3400 drum scanner van Linotype-Hell

Dat veranderde tijdens de digitale revolutie. Het prepress gebeuren werd geïntegreerd op de personal computer, vooral onder toedoen van de Apple Macintosh. Naast de personal computer kwam een aangesloten scanner te staan. De grote namen verdwenen van de markt of maakten, deels via partnerships, hun eigen desktopmodel.

Agfa kwam met zijn Arcus, Snapscan en Horizon modellen. Daarnaast zagen ook foto- en/of printerfabrikanten als Kodak, Nikon, Canon, HP en Epson brood in deze markt. De hoogwaardige kwaliteit en resolutie van de dure oudere scanners werd nog niet gehaald maar dat was een kwestie van tijd. Scannen was toegankelijk geworden en vooral goedkoper, met daarnaast een vlottere digitale verwerking in de workflow.